Privacy

PRIVACY

Samenwerking vraagt vaak gegevensuitwisseling. Aan welke privacy-aspecten moeten gemeenten dan denken? Hoe ver kunnen gemeenten gaan in samenwerking in de keten? Hoe veel informatie mag men delen? Ook de casegemeenten Amsterdam en Almere hebben deze vragen moeten beantwoorden. Op deze pagina leest u met welke vraagstukken zij te kampen kregen en hoe zij dit hebben aangepakt.

PRIVACY IN ALMERE

Inleiding: De Straatkubus is een instrument wat tot doel heeft de gespreksagenda en de uitvoeringsagenda van de samenwerkende hulporganisaties in de wijk te bepalen. Dit is mogelijk doordat het instrument op postcodeniveau informatie bevat over de aard en de omvang van diverse leefbaarheidsindicatoren. Frontlijnwerkers hebben vaak al langer een voorgevoel dat bepaalde ontwikkelingen in wijken gaan leiden tot andere problemen. Hun waarnemingen worden vaak pas jaren later zichtbaar in statistieken. De Straatkubus is een gezamenlijk product van frontlijnwerkers, beleidsmakers en bestuurders waarmee het gesprek over dergelijke observaties al veel eerder gevoerd kan worden.

De belangrijkste begrenzingen die de Straatkubus ervaart liggen op het terrein van de privacywetgeving. De gemeente Almere is over de pilots met de Straatkubus in gesprek met het ministerie van BZK, waarbij het ministerie de huidige ontwikkelingsrichting en het gebruik van de Straatkubus ondersteunt. Het kaderdocument van deze afspraken treft u hier.

1. Gebruik van informatie

Knelpunt: veel informatie die Almere zou willen gebruiken is geheim, zoals gegevens over het aantal inbraken. Dat soort gegevens kan nu niet worden benut. De Straatkubus bevat nu informatie van gemeentediensten zelf over schuldhulpverlening, schooluitval, inkomen, enzovoort. Deze gegevens zijn aangevuld met CBS-data en data die zijn ingekocht bij data-leverancier Experian. De Experian-data zijn ten opzichte van de CBS-gegevens actueler en uitgebreider. Ook combinaties van deze eigen en openbare gegevens kan niet zomaar op persoonsniveau openbaar gemaakt worden. 

Aanpassingen: volgens de privacywetgeving is het kleinste niveau beschrijvingsniveau dat is toegestaan die van de postcode (0000XX). Dit betekent dat een analyse van de Straatkubus gemiddeld betrekking heeft op ca. 17 huishoudens. Dit maakt informatie wel zichtbaar en maakt de gegevens wel fijnmaziger, maar de gegevens zijn niet op huishouden te herleiden.

Daarnaast is er een begrenzing gemaakt in de analyses. In het combineren van verschillende kenmerken (bijvoorbeeld laagopgeleide huishoudens + gezinssituatie) worden de kenmerken in de presentatie van de resultaten niet gecombineerd. De uitkomst bestaat dan dus niet uit huishoudens die laagopgeleid en alleenstaand zijn, maar uit huishoudens die laagopgeleid of alleenstaand zijn. De resultaten bevatten dan dus ook hoogopgeleide alleenstaanden en laagopgeleide stellen. De Straatkubus geeft dan alleen weer hoeveel huishoudens in een postcodeblok aan een of meer van deze kenmerken beantwoorden.

Tot slot maakt de Straatkubus in de weergave van data gebruik van een drempelwaarde. Als een postcodegebied geen ‘resultaat’ laat zien kan dit ook komen doordat er wel huishoudens zijn die aan de geselecteerde indicatoren voldoen, maar onvoldoende om boven deze drempelwaarde uit te komen. In de presentatie laat de Straatkubus verder ook geen aantallen zien, maar het ‘aantal huishoudens’ dat aan een kenmerk voldoet wordt weergegeven door een cirkel die in omvang kan fluctueren. 

  

2. Autorisatie

Knelpunt: idealiter zou de gemeente Almere ook frontlijnwerkers en (een deel van) de samenwerkingspartners, zoals woningbouwcorporaties, inzage geven in het systeem. Op dit moment gebeurt dat (nog) niet, de veiligheidsvoorwaarden rond autorisatie zijn nu scherp gesteld. Het gebruik en het beheer van het systeem zijn nu (nog) voorbehouden aan een klein aantal gemachtigden.

Aanpassing: op dit moment is er een beperkte groep beleidsmedewerkers en gebiedsmanagers met toegang tot het systeem. Deze medewerkers hebben toegang tot alle indicatoren die in de Straatkubus beschikbaar zijn. Derden (zoals samenwerkingspartners) kunnen wel betrokken worden bij de analyses, maar doorgaans gebeurt dit na afloop van de analyses of in aanwezigheid van een geautoriseerde medewerker. Er wordt in 2014 nog verder gewerkt aan de vraag wie welke informatie mag zien.

3. Privacy-directive

Knelpunt: de nieuwe privacy-directive vanuit de EU  gaat er vanuit dat alle gebruikers van informatie voor het gebruik toestemming nodig hebben van de persoon die de informatie betreft. In dat geval moet straks niet alleen de corporatie die informatie over huurachterstanden voor het systeem doorgeeft toestemming hebben voor het delen, maar moet ook iedereen die de analyses doet toestemming hebben om die informatie te bekijken.
Aanpassing: in 2014 zal de gemeente Almere verder nagaan welke implicaties de privacy-directive voor de Straatkubus heeft.

PRIVACY IN AMSTERDAM

Inleiding: in Amsterdam werken de gemeente, woningcorporaties, energiebedrijven en Agis samen in het project “Vroeg Eropaf”. De crediteuren melden een wanbetaler met een betalingsachterstand van minimaal twee maanden aan bij “Vroeg Eropaf”. Een maatschappelijk dienstverlener zoekt dan contact met de wanbetaler en werkt aan een oplossing. Daarmee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat schulden verder oplopen en/of escaleren in bijvoorbeeld een huisuitzetting.

In Amsterdam wisselen de gemeente, crediteuren en maatschappelijk dienstverleners onderling dus gegevens uit. Welke privacy-aspecten komen daarbij kijken?

1. Rol gemeente

Rol gemeente: een eerste vraag die een rol speelt bij privacy-vraagstukken is: wie heeft welke rol en positie? Marleen de Waard, juriste bij de gemeente Amsterdam: “feitelijk heeft de gemeente Amsterdam bij Vroeg Eropaf alleen de rol van regisseur. In de basis is er sprake van een schuldeiser, de woningcorporatie. Die heeft het recht incasso-maatregelen te treffen wanneer er niet wordt betaald. In het contract van de verhuurder staat doorgaans een zin als: ‘de verhuurder mag maatregelen treffen bij huurachterstand.’ De gemeente Amsterdam beschouwt Vroeg Eropaf als één van die maatregelen.”

Tip: een voorwaarde hierbij is dat verhuurders zich houden aan de informatieplicht. Zij moeten de huurders informeren op welke wijze zij maatregelen treffen. De corporaties moeten dus communiceren over het bestaan van Vroeg Eropaf, op de website of in andere communicatie-uitingen. Ida Lodder, Ymere: “dat doen wij op verschillende manieren. In onze folder ‘huur betalen’ hebben we een paragraaf opgenomen.” Deze paragraaf luidt als volgt:

In een aantal gemeenten werkt Ymere samen met andere organisaties. Zij zijn specialist op het gebied van schuldhulpverlening of maatschappelijke dienstverlening. Het kan dan voorkomen dat u bij een huurschuld benaderd wordt door iemand die niet bij Ymere werkt. Ymere huurt dan deze persoon in om u te helpen bij het oplossen van de huurachterstand. Ook kunt u zelf contact opnemen met een hulpinstantie. Op onze website vindt u gegevens van een aantal van deze instellingen.

Ida Lodder: “En we hebben een bewonerskrant, waarin we in de eerste jaren van Vroeg Eropaf regelmatig een interview plaatsten met een bewoner die aan het project had meegedaan. Dat spreekt meer tot de verbeelding.”

2. Registratiesysteem

Basic. Het registratiesysteem is zo basic mogelijk gehouden. Melders kunnen alleen achterstanden melden. Zij kunnen ook alleen hun eigen meldingen inzien. Maatschappelijk dienstverleners kunnen ook alleen hun eigen cases zien. De gemeente houdt haar eigen rol in het registratiesysteem ook beperkt. Amsterdam gebruikt het systeem alleen voor managementinformatie. Juriste Marleen de Waard: “het is voor de gemeente wel noodzakelijk om tot op caseniveau inzage te hebben, om de regierol goed te kunnen vervullen en om managementinformatie te genereren. Maar een intensiever gebruik mag niet.”

Stand alone: Het registratiesysteem is een stand alone systeem: het is op geen enkele manier gekoppeld aan andere bestanden van de gemeente Amsterdam of andere partijen. Marleen de Waard: “dat is cruciaal – en logisch. Het zijn ook gescheiden taken, dus die bestanden moet je ook niet met elkaar vermengen.”

Tip: het is niet toegestaan gegevens uit een dergelijk registratiesysteem te koppelen aan andere bestanden met informatie. Marleen de Waard: “dat is natuurlijk wel verleidelijk. Stel nu dat een bewoner nooit thuis is, waardoor een Madi hem niet kan bereiken. Dan ligt het voor de hand om te kijken of diegene een bijstandsuitkering heeft – als de bewoner er dan nooit is, heeft hij of zij misschien werk. Daar kun je dan een verdenking van fraude van maken. Het is logisch zo te denken, maar die toepassing mag niet.”

3. Autorisaties

Autorisatie: het beheer van het aantal medewerkers dat toegang heeft tot het registratiesysteem ligt bij de meldende en uitvoerende organisaties, niet bij de gemeente. Het is belangrijk de autorisaties wel goed te ordenen: bij personeelswisselingen moeten rechten snel worden bijgewerkt. In Amsterdam zijn hiermee tot dusver nog geen problemen voorgevallen.