title

Amsterdam

Op het juiste moment op de juiste stoep

AMSTERDAM: VROEG EROPAF

Op het juiste moment op de juiste stoep.

VROEG EROPAF IN HET KORT

LEZEN

Essentie: in Amsterdam werken de gemeente, woningcorporaties, energiebedrijven en Agis samen in het project “Vroeg Eropaf”. De crediteuren melden een wanbetaler met een betalingsachterstand van minimaal twee maanden aan bij “Vroeg Eropaf”. Een maatschappelijk dienstverlener zoekt dan contact met de wanbetaler en werkt aan een oplossing. Daarmee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat schulden verder oplopen en/of escaleren in bijvoorbeeld een huisuitzetting.

Doel en Doelgroep: Vroeg Eropaf richt zich op alle huishoudens die een betalingsachterstand hebben bij één of meer van de aangesloten crediteuren. Het project wil de volgende doelen verwezenlijken: 1) het voorkomen van huisuitzettingen, en 2) het realiseren van structurele betaling van huishoudens aan crediteuren. Die doelen worden bereikt doordat klanten die een aanzienlijk betalingsprobleem hebben eerder in beeld komen, eerder gebruik maken van hulpverlening en zo hun financiële situatie  stabiliseren.  

Ida Lodder, projectmedewerker huurincasso bij woningcorporatie Ymere

“Dat is niet alleen belangrijk voor onze incasso. Het is vooral belangrijk dat de mensen echt verder komen dankzij Vroeg Eropaf. Dat de situatie stabiliseert, zodat ze niet twee maanden later weer in dezelfde situatie zitten..”

Aanpak in een notendop: Wanneer huishoudens 2 maanden hun huur niet betalen, maakt de verhurende woningbouwcorporatie hier een melding van via een digitaal centraal meldpunt. Deze melding komt volautomatisch terecht bij een organisatie voor Maatschappelijk dienstverlening (Madi) die werkzaam is in het stadsdeel waar de woning staat. Deze Madi zoekt op korte termijn actief contact met de bewoner. De Madi stelt dan de oorzaak van de betalingsachterstand vast. Op basis van de probleemdiagnose stelt de Madi een Plan van Aanpak op om tot een oplossing te komen. Wanneer er aanvullende hulpverlening noodzakelijk is zorgt de Madi ook voor een warme overdracht. Wanneer een Madi al deze stappen binnen 28 dagen uitvoert geldt de melding als ‘geslaagd’. Madi’s ontvangen een vaste vergoeding voor alle ‘ geslaagde’ meldingen. Inmiddels zijn niet alleen de woningbouwcorporaties aangesloten bij Vroeg Eropaf, maar ook andere crediteuren, waaronder zorgverzekeraar Agis, alle energiebedrijven en de Dienst Gemeentelijke Belasting Amsterdam. Deze worden binnen het project ook wel massa-crediteuren genoemd.

Resultaat: In 2013 meldden de 6 woningcorporaties van Amsterdam gezamenlijk 2.953 betalingsachterstanden in het centraal meldpunt. Daarnaast werden er 7.602 meldingen gedaan vanuit massa-crediteuren. De Madi’s wisten hiervan bijna 6.000 meldingen binnen 28 dagen te ‘bereiken’. Zo’n 67% van deze huishoudens was op dat moment nog niet in beeld bij de gemeente of bij (professionele) hulpverlening. Het project heeft daarmee een groot preventief bereik. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse blijkt dat dit een sterk positief rendement heeft: elke geïnvesteerde euro levert de gemeente Amsterdam ca. 2,22 op, en de maatschappij als geheel zelfs 2,46.

Les & Succes: In Vroeg Eropaf werken woningbouwcorporaties, maatschappelijk dienstverlening, de gemeente Amsterdam & diverse andere crediteuren nauw samen. Zo’n samenwerking is niet altijd vanzelfsprekend. Een belangrijke succesfactor in het project is de manier waarop met deze verschillen is omgegaan. Die bestaat grofweg uit de volgende aspecten: een voorbereidingsfase waarin is geïnvesteerd in het op één lijn krijgen van de deelnemende partijen;  het appelleren aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze problematiek aan te pakken; het benutten van en ruimte bieden aan de pleitbezorgers van de aanpak binnen de verschillende samenwerkende partijen en het versterken van het onderlinge begrip tussen corporaties en maatschappelijk dienstverleners door op uitvoeringsniveau uitwisseling te bevorderen. Onder Les&Succes kunt u hierover verder lezen.

KIJKEN

Woningcorporatie Rochdale, één van de zes woningcorporaties die in Amsterdam bij het project zijn aangesloten, maakte deze video over Vroeg Eropaf.

VERDIEPEN

Documenten: Op deze site vindt u meer informatie over Vroeg Eropaf – over de aanleiding van het project, de doelen en doelgroepen, de opzet en de aanpak. Maar ook leerpunten en behaalde successen, tips voor andere gemeenten en de highlights van de kosten-baten analyse. Wilt u nog meer lezen? Download dan de volledige projectbeschrijving van Vroeg Eropaf, inclusief een uitwerking van de Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse.

Download hier de volledige casebeschrijving van Vroeg Eropaf, inclusief de Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse

Download hier de volledige casebeschrijving van Vroeg Eropaf, zonder kosten-batenanalyse

Meer Achtergrondstukken:

  1. Artikel in de Volkskrant
  2. Uitleg voor bewoners door Maatschappelijk Dienstverlener Doras (Amsterdam-Noord)
  3. Artikel in SchuldSanering, 2010
  4. Presentatie van Projectleider Jan Siebols, november 2012
  5. Evaluatierapport Vroeg Eropaf, Berenschot, oktober 2010
  6. Het convenant en het protocol uit 2008; en het hernieuwde convenant van 2011.

START: AANLEIDING

Achtergrond. Vroeg Eropaf is gestart in Amsterdam, met ca. 805.000 inwoners de grootste gemeente van Nederland. In Amsterdam woont bovendien een bovengemiddeld groot deel (46%) van de huishoudens in een sociale huurwoning. In een meer gemiddelde gemeente is dat ca. 27%,

Aanleiding. De gemeente Amsterdam signaleert al geruime tijd dat klanten zich uit eigen beweging niet (of te laat) melden voor schuldhulpverlening. Een deel van de klanten klopt helemaal niet aan, anderen pas wanneer de problematiek bedreigend is. Daarbij kende de gemeente al sinds 2000 de aanpak Eropaf’, waarbij wordt geprobeerd in te grijpen wanneer een ontruiming is aangezegd. Tijdens een bespreking over Eropaf kwam er een discussie op gang over vroegsignalering: de bij Eropaf aangesloten organisaties (woningbouwcorporaties, maatschappelijk dienstverleners en gemeente) zouden ook structureel kunnen samenwerken rond schulden in een eerder stadium – om de aanzegging van een ontruiming te voorkomen.

Jeroen Rous, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

“Tijdens een bespreking over Eropaf kwam de discussie op gang dat de daar aangesloten organisaties ook structureel zouden moeten samenwerken rond schulden in een eerder stadium, om de aanzegging van een ontruiming te voorkomen. Het idee was: een soort sociaal incassobureau.”

Ontwikkeling: In 2007 en 2008 besloten de gemeente Amsterdam, verschillende Madi’s en woningbouwcorporaties te gaan pilotten met een systeem voor vroegsignalering. Die pilots hadden tot doel problemen eerder in beeld te krijgen, zodat er ook eerder ingegrepen kon worden: Vroeg Eropaf.  Vanaf 2008 werd er gewerkt aan een stadsbrede uitrol van het project. Die ging van start in 2009. De aanpak  van Vroeg Eropaf is sindsdien continu in beweging geweest, waarbij bijvoorbeeld de definitie van een ‘geslaagde’ melding is aangepast (2010), andere crediteuren zoals zorgverzekeraar Agis zijn toegevoegd (2010). En in 2013/2014 is een pilot gestart met particuliere verhuurders.

Gemeentelijk beleid: In het beleid rond schuldhulpverlening heeft er in Amsterdam (net als in veel andere gemeenten) sinds 2000 een omslag plaatsgevonden van curatieve hulp naar een focus op preventie en integrale schuldhulpverlening. Ook is men teruggekomen op het uitgangspunt dat de klant alleen voldoende gemotiveerd is voor een traject wanneer de klant zichzelf meldt voor hulpverlening. De aanpak van de gemeente bestaat nu uit twee fases: preventie en diagnose & curatieve schuldhulpverlening. Vroeg Eropaf sluit hier naadloos op aan. Het project draagt bij aan vroegsignalering en is zo een goede invulling en uitvoering van fase 1. De aansluiting tussen Vroeg Eropaf en de visie van de gemeente Amsterdam blijkt uit onderstaand citaat.

Freek Ossel, wethouder Armoedebestrijding gemeente Amsterdam (2008-2014)

“lk ben er trots op dat we met de methode Vroeg Eropaf ook samenwerken met de zorgverzekeraar. We kunnen mensen helpen bij het oplossen van achterliggende problemen die ten grondslag liggen aan de financiële problemen. Want schuldenproblematiek los je niet alleen op met geld. Vaak zijn er problemen in andere levensdomeinen, zoals medische of psychosociale problemen, verslaving of problemen met het vinden en behouden van werk. Alleen samen met andere partners kunnen we armoede in Amsterdam en de schuldenproblematiek in Amsterdam aanpakken. Vroeg Eropaf is daar een heel mooi voorbeeld van.” 

DOEL

DOELGROEP

Alle huishoudens die een betalingsachterstand hebben bij één of meer van de aangesloten crediteuren.

DOELEN

In de voorbereidingsfase is veel aandacht besteed aan het formuleren van een gezamenlijk doel, waar alle samenwerkingspartners achter staan. Dit resulteerde in het formuleren van twee kern doelen.

> In het onderstaande uitklapmenu vindt u een toelichting op deze doelen.

1. Het voorkomen van huisuitzettingen

Saskia van Rij, projectmedewerker Vroeg Eropaf bij maatschappelijk dienstverlener Doras: “doordat we voortijdig huishoudens met financiële problemen in beeld krijgen, kunnen we ook al eerder beginnen met het aanbieden van ondersteuning waar dat nodig is. Het doel van die inspanningen is het voorkomen van huisuitzettingen.”

2. Het realiseren van structurele betalingen

Ida Lodder, projectmedewerker bij corporatie Ymere: “we hopen dat Vroeg Eropaf bijdraagt aan het realiseren van structurele betaling. Ik vind het belangrijk dat mensen met een huurschuld door Vroeg Eropaf echt geholpen worden. Niet alleen om te incasseren, maar vooral ook om er voor te zorgen dat mensen echt verder komen. Dat de situatie stabiliseert, zodat ze niet twee maanden later weer in dezelfde situatie zitten.”

 

Jeroen Rous, Amsterdamse Federatie van Woning Corporaties

“Vroeg Eropaf heeft hiernaast ook een meer abstract maatschappelijk doel. Dat is: dat partijen in de stad zich ervan bewust zijn dat het voorkomen van huisuitzetting een gezamenlijke verantwoordelijkheid, een gezamenlijke taak is. Schulden zijn in eerste instantie een individuele verantwoordelijkheid. Maar wanneer gezinnen op straat komen te staan ervaren we dat als een maatschappelijke probleem. Ergens tussen het ontstaan en het escaleren van de schuld slaat de persoonlijke verantwoordelijkheid dus om in een maatschappelijke. Het is belangrijk de discussie over dat omslagpunt te voeren.”

AANPAK

ONTWIKKELING VAN VROEG EROPAF

Tussen de eerste pilots met Vroeg Eropaf in 2006 en nu heeft Vroeg Eropaf verscheidene ontwikkelingen doorgemaakt.

  1. In 2006-2007 begonnen enkele Madi’s in twee stadsdelen pilots  met de methodiek van Vroeg Eropaf.
  2. In 2008 is de stedelijke uitrol van Vroeg Eropaf voorbereid, en
  3. Vanaf 2009 is Vroeg Eropaf stadsbreed operationeel. Daarna zijn er nog diverse wijzigingen doorgevoerd in de aanpak:
  4. In 2010 is de definitie van een ‘geslaagde melding’ aangescherpt, waarbij het stellen van een diagnose en het opstellen van een plan van aanpak door een Madi binnen 28 dagen moet gebeuren, en na een persoonlijk huisbezoek bij de wanbetaler.
  5. In 2010 zijn de woningbouwcorporaties bovendien overgegaan tot cofinanciering van het project;
  6. En vanaf 2010 werd het convenant met woningbouwcorporaties aangevuld met andere ‘massa-crediteuren’, waaronder zorgverzekeraar Agis, energieleveranciers en de Dienst Gemeentelijke Belastingen Amsterdam (deelname vanaf 2012).
  7. In 2013 is een project gestart waarbij het grote aantal meldingen (>1.000 per maand) vanuit Agis op zo verantwoord mogelijke wijze wordt gereduceerd tot de ca. 250 meest urgente gevallen, in samenwerking met het BKR.
  8. En in 20013 en 2014 loopt er in Stadsdeel Zuid een pilot waarbij wordt samengewerkt met particuliere verhuurders.

In de volledige casebeschrijving van Vroeg Eropaf treft u meer informatie aan over deze wijzigingen en toevoegingen.

AANTALLEN MELDINGEN

Het aantal meldingen dat corporaties in het registratiesysteem doorgeven zich door de jaren heen ontwikkeld. Deze ontwikkeling is zichtbaar in het donkerrood gearceerde vlak in de grafiek hieronder. Ook de massa-meldingen van overige crediteuren zijn in onderstaande grafiek weergegeven, in het roze gearceerde vlak.

  • Corporaties

  • Massa

Vergelijking met 100.000-gemeente: Amsterdam kent in totaal ca. 193.000 sociale huurwoningen. Omgerekend naar deze doelgroep betekende dit voor 2013 dat 1,4% van alle huurders in de sociale sector gemeld wordt bij Vroeg Eropaf. Voor de massameldingen geldt dat 1,5% van de klanten aangemeld wordt bij Vroeg Eropaf. Wanneer we dit toepassen op een gemiddelde stad als Alphen aan den Rijn, met ca. 100.000 inwoners, 30.000 huishoudens en 8.000 sociale huurwoningen betekent dit dat er op jaarbasis ca. 110 meldingen vanuit corporaties te verwachten zijn en een kleine 500 meldingen vanuit zorgverzekeraars en energiebedrijven.

UITVOERING

Saskia van Rij, projectmedewerker bij Doras

“Aan het begin van het project verwachtte ik dat bewoners terughoudend zouden zijn, zeker de rasechte Amsterdammers hier in Noord. Niets is minder waar. De meeste klanten zijn juist opgelucht. Er is weinig tegenstand, we worden bijna overal positief onthaald.”

In het onderstaande uitklapmenu staan de verschillende stappen van de uitvoering van het project nader beschreven. Wanneer u klikt op een van de onderdelen, vouwt de tekst met nadere toelichting zich uit. 

1. Melding

Ontstaan achterstand. Huurders moeten hun huur doorgaans een maand vooruit betalen. De huur van januari 2014 moet dus eind december betaald worden. Stel, een huurder betaalt die maand niet. Begin en half januari volgen dan aanmaningen. Wanneer begin februari blijkt dat ook die maand huur niet is voldaan, komt de incassomedewerker van de corporatie in actie.

Inventariseren situatie. Een eerste stap is dan het onderzoeken van de situatie. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er intussen betalingsafspraken zijn gemaakt, of dat er omstandigheden zijn die de situatie beïnvloeden. Dat kan van alles zijn: er kan op dat adres al een verdenking zijn van onderhuur, of de hoofdbewoner is overleden.

Melden. Wanneer er geen speciale aanleiding bekend is wordt deze huurder gemeld bij Vroeg Eropaf. Tegelijkertijd kan er een melding naar de deurwaarder gaan. Ida Lodder, woningcorporatie Ymere: “We melden wanbetalers ook direct bij de deurwaarder, zodat we geen vertraging oplopen in een eventueel incassoproces.”. Bij Ymere wordt niet iedereen met 2 maanden achterstand gemeld bij Vroeg Eropaf. Ida Lodder: “wanneer iemand februari wel betaalt maar januari nog open heeft staan, gaat er bijvoorbeeld geen melding naar Vroeg Eropaf, maar wel naar de deurwaarder. En als maart dan weer niet betaald wordt, melden we meestal niet meer bij Vroeg Eropaf. Ook wanneer er van een adres al regelmatig overlastmeldingen zijn gedaan, of wanneer er een vermoeden is van (huur)misstanden melden we huurders niet bij Vroeg Eropaf.”

2. Verwerken melding

Toewijzing aan medewerker: Een woningcorporatie meldt een huurder en vermeldt daarbij de postcode en het huisnummer. Op basis van de locatie van de woning gaat er een seintje naar een maatschappelijk dienstverlener (Madi). Saskia van Rij, projectmedewerker bij Madi Doras: “wanneer er een melding binnenkomt vanuit het systeem koppelen wij die direct aan een van onze medewerkers. Per melding hebben wij ca. 4 uur maatschappelijk werk en 4 uur schuldhulpverlening beschikbaar.”

Contact met bewoner: Madi Doras licht de bewoner eerst schriftelijk in dat er een melding is ontvangen. In die brief wordt het huisbezoek aangekondigd. Daarna volgt een huisbezoek. Saskia van Rij: “we gaan dan langs tussen 5 en 7 ‘s avonds: dan zijn de meeste mensen thuis. We doen drie keer een poging om een bewoner te benaderen. Als iemand opendoet is het de taak van de medewerker om te zorgen dat je ook daadwerkelijk binnen komt, dat je een diagnose kunt stellen en in gesprek raakt. Dat is een beetje een sport, dat moet je leuk vinden.”

3. Diagnose en Plan van Aanpak

Een maatschappelijk dienstverlener kan een melding als ‘geslaagd’ registreren wanneer er persoonlijk contact is geweest. In 2009 was de aard van dit contact nog niet precies gedefinieerd. Om de kwaliteit van de uitvoering gelijk te trekken is ‘persoonlijk contact’ in 2010 gedefinieerd als bestaande uit: 1). Omschrijving van het probleem; 2) Voorstellen van een oplossing; 3) Verwerken van de oplossing in een Plan van Aanpak; 4) Identificeren van hulpverlenende partijen die daarbij betrokken moeten worden; 5) Overdracht naar deze hulpverlening en het coördineren van de opstart van deze hulp. 

4. Afronden melding

Vroeg Eropaf werkt op no cure no pay- basis. Pas wanneer een Madi het hiervoor genoemde traject binnen 28 dagen heeft afgerond en dit in het Registratiesysteem heeft gemeld vindt er uitbetaling plaats. De vergoeding voor een geslaagde melding van een woningcorporatie bedraagt eind 2013 625 euro per melding.

5. Hulpverlening

Na afronding van het Vroeg Eropaf-traject vindt er vaak nog een hulpverleningstraject plaats, uitgevoerd door de maatschappelijk dienstverleners, door de Gemeentelijke Kredietbank of door derden. In 2010 bleek uit onderzoek dat ca. 40% van de bereikte huurders doorstroomt naar verdere hulpverlening. Daarnaast weten de maatschappelijk dienstverleners bij een deel van de doelgroep direct interventies te plegen (zoals het aanvragen subsidies en/of toeslagen) waardoor de situatie verbetert.

SAMENWERKING

In Vroeg Eropaf werken verschillende partijen samen in een project. Bent u geïnteresseerd in meer voorbeelden van samenwerking?

amsterdam logo dwi

DIENST WERK EN INKOMEN

GEMEENTE AMSTERDAM

Achtergrond: Jan Siebols, projectleider Vroeg Eropaf: “In Amsterdam wordt de schuldhulpverlening sinds eind jaren ’90 uitgevoerd door 8 instellingen voor maatschappelijke dienstverlening (Madi’s) en de Gemeentelijke Kredietbank. Opdrachtgever is de Dienst Werk en Inkomen (DWI) in samenwerking met de stadsdelen. In ieder stadsdeel worden met de betreffende Madi afspraken gemaakt over de uitvoering van schuldhulpverlening. De contacten met de Madi’s waren dus al intensief. En omdat zo’n groot deel van de woningvoorraad in Amsterdam bestaat uit sociale woningbouw zijn historisch gezien de woningcorporaties ook altijd heel belangrijke partners geweest voor de gemeente.”

Inzet: Voor het geslaagd verwerken van een corporatie-melding krijgen de Madi’s een vergoeding van €625,- . De gemeente Amsterdam (DWI/ de verschillende stadsdelen) nemen 2/3 van dit bedrag voor hun rekening en bekostigen dus per geslaagde melding €425,-. Ook de kosten voor het verwerken van een geslaagde massa-melding à €235,- worden door DWI vergoed. Daarnaast investeert de gemeente Amsterdam in het digitale meldpunt (het Registratiesysteem), en heeft DWI de algemeen projectleider Jan Siebols aangesteld voor 3 dagen per week.

Ervaring: Jan Siebols, projectleider van Vroeg Eropaf vanuit DWI: “Het gaat dus grotendeels om een voor de gemeente nieuwe doelgroep. Die bestaat deels uit ‘nieuwkomers’ in Amsterdam. Zij kennen de taal niet, kennen de infrastructuur niet, weten niet waar ze terecht kunnen. Ze hebben bovendien grote schroom om zich met problematiek te melden bij instanties. Deze doelgroep bereiken we nu toch. Een ander deel van de nieuwe groepen bestaat uit hogere inkomens en zzp’ers. Zij melden zichzelf niet omdat ze de ernst van de situatie anders inschatten, of omdat ze verwachten dat hun inkomenspositie in korte tijd weer zal aantrekken.”

Somlogo

8 MAATSCHAPPELIJK DIENSTVERLENERS (MADI’s)

PER STADSDEEL

Achtergrond: Will van Schendel, directrice Madi Doras: “We zagen dat we steeds te laat binnen waren. Hier in Noord leeft 25% van de bewoners onder de armoedegrens. Schulden komen vaak voor. Maar wanneer wij binnen kwamen, waren de schulden al enorm hoog opgelopen. Mensen hadden dan gemiddeld al 14 schuldeisers. Dat kon dus ook nog hoger zijn. En dan wordt het een lang traject. De urgentie was dus hoog: we moeten gewoon eerder binnen komen. Ik kan met zekerheid stellen dat de directeuren van alle Madi’s dit probleem erkenden. ” Saskia van Rij, projectmedewerker bij Doras “wij hadden al een samenwerkingsrelatie met de gemeente Amsterdam (DWI). Die samenwerking bestond en bestaat in een structuur van productafspraken. De Madi moet bijvoorbeeld jaarlijks een afgesproken aantal schuldhulpverleningstrajecten aanbieden. Daar kwam Vroeg Eropaf bij. De aanpak past heel erg bij het uitgangspunt van de dienstverleners: vroegtijdig contact met in een huishouden waar problemen zijn, en escalaties voorkomen. Wij waren dus gelijk enthousiast.”

Inzet: Madi’s krijgen een vergoeding op no cure no pay-basis. Will van Schendel, directrice van Madi Doras: “de dienstverlening is voor ons rendabel wanneer ongeveer 70% van de meldingen vanuit corporaties bereikt wordt. Of we dat kunnen realiseren wisselt per maand. Soms ligt het bereik rond de 68%, een enkele keer is er een uitschieter naar 78%. Voor de maatschappelijk dienstverleners kan het project dus (net) uit: we spelen ongeveer break-even.” Voor de Madi’s is het wel van groot belang dat de corporaties consequent blijven melden. Maatschappelijk dienstverleners baseren immers hun formatie voor een jaar op het te verwachten aantal meldingen. Wanneer een of meer corporaties minder gaan melden, heeft dat ingrijpende gevolgen voor de Madi’s.

Ervaring: Will van Schendel, directrice van Madi Doras:  “Vroeg Eropaf heeft een groot maatschappelijk effect, al is dat effect moeilijk aan te tonen. Maar als hulpverleners hebben we huishoudens veel eerder in beeld. Als je als hulpverlener al eerder een plek krijgt binnen het gezin, kun je op een positievere manier ondersteuning bieden. We hoeven dan niet met het vingertje te wijzen, en kunnen makkelijker op meer vlakken dan alleen schulden hulp bieden – en zo de grote escalaties voorkomen.”

amsterdam logo afwc

8 WONINGCORPORATIES

IN AMSTERDAM

Achtergrond: Jeroen Rous, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties: “Huisuitzettingen en schuldsituaties zijn een maatschappelijk probleem. Het is belangrijk als corporaties daarbij betrokken te zijn. Bovendien: huurders die worden uitgezet blijven doelgroep van de corporaties als geheel. Na een ontruiming stromen de bewoners vaak toch weer terug in de sociale huursector, hoewel dan misschien bij een andere corporatie. Maar het blijft onze doelgroep.”

Inzet: Woningcorporaties betalen per tijdig bereikte bewoner €200,- mee aan de kosten van Vroeg Eropaf. Jeroen Rous, AFWC: “voor de corporaties komen deze kosten wel bovenop de schuld die de bewoner al bij hen heeft opgebouwd. Op jaarbasis gaat het om ruim 2000 meldingen, dus ca. €400.000 euro. Dat is een fors bedrag.” Ida Lodder, projectmedewerker huurincasso bij woningcorporatie Ymere: “De coördinatie van Vroeg Eropaf is een van mijn reguliere taken. Ik maak een inschatting van het aantal meldingen dat we in een jaar tijd zullen doen. Daarna kijk ik maandelijks hoeveel meldingen er zijn gedaan, en of dit in de pas loopt met dit geschatte aantal meldingen.  Vooral in het begin is het belangrijk te zorgen dat het melden routine wordt. Hier komt er nog het overleg bij. Eerst was er 2x per jaar een overleg, in 14 stadsdelen. Dat was een te intensieve overlegstructuur.  Nu zijn er 7 stadsdelen, dat is al beter. Maar het overleg blijft tijdsintensief.”

Ervaring: 

Ida Lodder, projectmedewerker huurincasso bij Woningcorporatie Ymere

“In de praktijk werkten wij nog niet of nauwelijks samen met Madi’s en DWI. Zeker vanuit de uitvoering was er, vreemd genoeg, eigenlijk nooit contact met andere partijen in het maatschappelijk veld. Ymere kende voor Vroeg Eropaf bovendien een heel administratief incassosysteem. Bij het begin van het project waren er medewerkers die daar erg aan hechtten en die negatief stonden ten opzichte van deze nieuwe aanpak. Maar anderen waren positiever, die hadden zelf als incassomedewerker ook wel meer tijd willen hebben om oorzaken van wanbetaling te achterhalen. Dat dit binnen Vroeg Eropaf door professionals wordt gedaan vonden zij heel prettig. Ook de samenwerking die er nu is ervaren wij echt als een toegevoegde waarde.”

ERVARINGEN

Saskia van Rij, Madi Doras

“De sociale meerwaarde van Vroeg Eropaf is enorm. Huisuitzettingen zijn voor bewoners echt heel erg ingrijpend. Elke uitzetting die we kunnen voorkomen bespaart enorm veel leed.”

Jeroen Rous, Amsterdamse Federatie van Woning Corporaties

“Corporaties en Maatschappelijk dienstverleners opereren in twee verschillende werelden. De medewerkers kennen elkaars werkveld niet, begrijpen elkaar niet. Door binnen Vroeg Eropaf samen te werken en de medewerkers elkaar te laten ontmoeten brengen we die werelden samen. In alle fasen van het project – en ook daarbuiten – heeft dat toegevoegde waarde.”

Les & Succes: Een samenwerking tussen crediteuren en maatschappelijk dienstverleners, zoals in Amsterdam, verloopt niet altijd vanzelf. Een belangrijke succesfactor in het project is de manier waarop met deze verschillen is omgegaan. Zo heeft de Amsterdamse projectleider in de voorbereidingsfase veel tijd geïnvesteerd in het op één lijn krijgen van de verschillende partijen. Met alle betrokkenen is vooraf uitvoerig gesproken, en wanneer de bezwaren van betrokkenen daar aanleiding voor gaven is het project aangepast. “In veel bezwaren schuilt een kiem van waarheid. Daarmee aan de slag gaan brengt het project uiteindelijk ook weer verder.”  En op alle niveaus zijn er pleitbezorgers voor het project: mensen die het project oppakken en niet meer loslaten.  Het is belangrijk deze pleitbezorgers (in overleggen, en in de praktijk) ruimte te geven. Ook het investeren in de samenwerking op uitvoeringsniveau is een belangrijke succesfactor. De achtergronden en uitgangspunten van de incassomedewerkers en maatschappelijk dienstverleners liggen ver uit elkaar. In Vroeg Eropaf wordt veel geïnvesteerd in kennismaking, onderling begrip en verbeteren van de samenwerking.

>Lees meer over de belangrijkste lessen van Vroeg Eropaf in onderstaand uitklapmenu. Wanneer u klikt op één van de onderdelen vouwt de nadere toelichting zich uit.

LESSEN

Bij het opzetten en uitvoeren van Vroeg Eropaf kwam men de volgende knelpunten tegen. Een deel van de geleerde lessen heeft betrekking op de privacy. Daarover leest u meer op de pagina over privacy:

1. Weerstand bij corporaties

Sceptisch: in de voorbereidingsfase van de stedelijke uitrol (2008) bleek dat de corporaties onderling erg verschilden in de wijze waarop ze omgingen met huurachterstanden. Een deel van de corporaties voerden daarin een heel sociaal beleid. Zo was er een corporatie die zelf schuldhulpverleners in dienst had die bij wanbetaling bewoners kon bezoeken. Maar er waren ook corporaties die erg waren verzakelijkt, of die een puur administratief proces hadden. Jeroen Rous, AFWC: “aan beide kanten waren er zowel enthousiaste als sceptische corporaties. De zakelijke corporaties dachten: ‘wat levert het ons op?’ en de meer sociale corporaties hadden zelf al een outreachende aanpak in huis. De Madi’s waren bovendien geen vanzelfsprekende samenwerkingspartner voor de corporaties.”

Ida Lodder, projectmedewerker huurincasso bij woningcorporatie Ymere: “onder incassomedewerkers was de algemene houding over het project in eerste instantie negatief. De eerste resultaten in de pilot waren ook nog niet direct overtuigend. Medewerkers waren behoorlijk sceptisch en zeiden: gelukkig is het een tijdelijke pilot, daarna zijn we er vanaf. Pas na een aantal jaar begon de tegenstand wat op te lossen. Dat komt door de goede resultaten. We zien het aantal ontruimingen afnemen. Het is echt een mentaliteitsverschuiving die tijd kost. Natuurlijk willen we nog wel wat dingen veranderen aan het project, maar driekwart van de medewerkers zou nu niet meer zonder Vroeg Eropaf willen.”

Tip: probeer de kritiek niet weg te nemen, maar te honoreren. Jeroen Rous, AFWC: “ik heb niet geprobeerd de corporaties te overreden of te dwingen, maar te verleiden tot deelname. Door te zeggen: begin dan klein, doe eerst een paar meldingen. Steeds proberen het proces een stapje verder te brengen. En in veel bezwaren schuilt een kiem van waarheid. Door in gesprek te gaan  corporaties die zeiden: ‘wat levert dit ons op?’ zijn we de kritisch gaan kijken naar de eisen die we stellen aan een geslaagd contact. Dat brengt het project uiteindelijk ook weer verder.”

2. Stilleggen incasso

Stopzetten incassoprocedure: tijdens de beginfase van Vroeg Eropaf (2009) was het de afspraak dat corporaties de incassoprocedure gedurende de looptijd van Vroeg Eropaf (28 dagen) zouden opschorten. Dit leverde veel weerstand op bij incassomedewerkers. Immers: ca. 30% van de meldingen wordt bij Vroeg Eropaf toch nog niet bereikt. Wanneer bij al deze bewoners de incassoprocedure een maand langer duurt levert dit een grote extra kostenpost op.

Aanpassing: de incassoprocedure loopt nu parallel aan de inzet van Vroeg Eropaf. Ida Lodder, projectmedewerker huurincasso bij corporatie Ymere: “we werken als organisatie wel mee in de Vroeg Eropaf-denkwijze. Dus wanneer een incassoprocedure alsnog stopgezet kan worden: graag. Dat betekent dat de Madi’s altijd even moeten bellen, want er is vaak toch nog wel een regeling te treffen.”

3. Aantal meldingen

Madi: afhankelijk van aantal meldingen. Voor de Madi’s is het belangrijk te kunnen rekenen op een continue stroom van meldingen. De personeelsbezetting is bijvoorbeeld deels gebaseerd op een inschatting van het aantal meldingen van corporaties en andere crediteuren. Saskia van Rij, Madi Doras: “In 2013 is er één kleinere corporatie geweest die helemaal niet meldde. En een paar jaar geleden heeft Ymere een jaar vrijwel niet gemeld doordat er intern werd overgestapt naar een ander administratiesysteem. Dat heeft grote consequenties voor de bedrijfsvoering van de maatschappelijk dienstverlener. Dat was lastig.”

Tip: het kan voor een corporatie moeilijk zijn om precies te schatten hoeveel meldingen er in een jaar zullen komen. Maar een ruwe raming is wel te maken. Maak afspraken over een geschat aantal meldingen per jaar. Dan is het ook mogelijk te monitoren of het maandelijks aantal meldingen daarbij aansluit.

4. Recidive

Terugval: het komt voor dat een huishouden ondanks de inzet van Vroeg Eropaf (en een eventueel vervolgtraject) toch weer in een situatie terechtkomt waarin sprake is van betalingsachterstanden. Ida Lodder, manager incasso bij Ymere: “wanneer dat een tweede keer gebeurt, heeft de bewoner zijn kans gehad. We melden dan niet altijd meer bij Vroeg Eropaf”.

Tip: wanneer een huishouden al een traject bij een maatschappelijk dienstverlener heeft gehad, heeft deze organisatie waarschijnlijk een goed inzicht in de achterliggende situatie. Ida Lodder, woningcorporatie Ymere: “we nemen dan vaak nog wel contact op met de Madi. We kijken dan naar: wat was de situatie, hoe is de hulpverlening toen op gang gekomen, wat is er gebeurd? In een enkel geval melden we een recidivist dan alsnog aan voor Vroeg Eropaf.” 

5. Betalingsregeling

Betalingsregeling. Tijdens Vroeg Eropaf wordt er regelmatig een betalingsregeling getroffen met schuldeisers. Soms wordt er daarna uiteindelijk toch nog een schuldsaneringstreject gestart. Saskia van Rij, Madi Doras: “we merken dat de schuldeisers die aan Vroeg Eropaf meedoen dan soms verwachten dat zij een preferente positie krijgen. Maar dat is niet zo. De aanpak van Vroeg Eropaf verandert niets aan de positie van de crediteur.”

Tip: neem dit op in de afspraken met crediteuren en communiceer helder over wat zij kunnen verwachten.

6. Kwaliteitseisen

Kwaliteit: na de pilot van Vroeg Eropaf in 2008 zijn de eisen aan een ‘geslaagd contact’ aanzienlijk aangescherpt. Dat was voor de woningcorporaties een belangrijke voorwaarde om het project voort te zetten. Saskia van Rij, Madi Doras: “die eisen zijn goed en hebben hun nut bewezen. Maar zoals altijd met dergelijke afspraken past niet elke casus in een format. Bijvoorbeeld: wij troffen eens een vrouw met een betalingsachterstand. Zij had een terminaal zieke man, en wilde gezien de context niet dat de afspraken voor Vroeg Eropaf bij haar thuis waren. Uiteindelijk is daar veel geregeld: de schuld is op orde, de uitzetting is afgewenteld en de betaling wordt hervat. Maar formeel gezien mag er dan niet gedeclareerd worden, want het is een harde eis dat wij als hulpverleners bij de bewoner binnen zijn geweest.”

Tip: wees voorbereid op de uitzonderingen op de regel, en spreek af via welke kanalen daar individuele afspraken voor gemaakt kunnen worden.

SUCCESSEN

>Lees meer over de belangrijkste succesfactoren die invloed hebben gehad op het succes van Vroeg Eropaf in onderstaand uitklapmenu. Wanneer u klikt op één van de onderdelen vouwt de nadere toelichting zich uit.

1. Afbakening doelgroep

Twee maanden achterstand: bij aanvang van de pilot is bewust gekozen voor de termijn van twee maanden huurachterstand. Jan Siebols, projectleider: “Eén maand huur missen kan ook een financiële omissie zijn: een keer niet genoeg geld op je rekening, een keer vergeten te betalen. Maar na twee maanden is de situatie al best ernstig. Dat geeft een indicatie dat er iets structureels aan de hand is. Want iedereen kent de risico’s van huur niet betalen. Wie geld te kort heeft zal er eerst voor kiezen internetaankopen niet te betalen, of een maand zorgpremie of energie.Het overslaan van de huurbetaling is vaak pas de laatste stap.”

Tegelijkertijd is een termijn van 1 maand te weinig. Een groot deel van de huurders met 1 maand achterstand loopt dat zelf in en heeft geen interventie nodig. Het credo van Vroeg Eropaf is dan ook: op het juiste moment op de juiste stoep. Jan Siebols: ‘ik noem dat: geïndiceerde preventie. wanneer er een indicatie is dat er echt een probleem gaat ontstaan, zetten we in op het voorkomen van escalatie.” 

2. Stapsgewijze ontwikkeling

Ontwikkeling van de aanpak: het project is in Amsterdam niet van de ene op de andere dag van de grond gekomen. In 2008 is er gestart met een relatief kleinschalige pilot. Dit gaf de corporaties de gelegenheid om eerst de methode een aantal keer te ‘testen’, door een aantal meldingen te maken en het proces te volgen. Jeroen Rous, AFWC: “de rol van Jan Siebols in het doorontwikkelen van het project is daarbij belangrijk geweest. Hij nam steeds te tijd om te evalueren hoe corporaties en maatschappelijk dienstverleners Vroeg Eropaf ervaren, en inventariseert wat er beter kan. Zo werd de aanpak steeds verder aangescherpt, steeds een stap verder gebracht.”

Tip: neem de tijd om het project te ontwikkelen. Begin met een ‘basis’-proces, en laat dit in de praktijk uitkristalliseren.

3. Communicatie tussen uitvoerenden

Goede onderlinge communicatie. In Vroeg Eropaf werken incassomedewerkers en hulpverleners samen rond een casus. Die samenwerking is niet vanzelfsprekend, de achtergronden en uitgangspunten van de partijen liggen ver uit elkaar. Goede onderlinge communicatie is dan cruciaal.

Medewerkersdagen en werkbezoeken: Binnen Vroeg Eropaf wordt er met enige regelmaat een medewerkersdag georganiseerd, waarbij de corporaties en Madi’s aanwezig zijn. Jeroen Rous, AFWC: “Dan oefenen we bijvoorbeeld met rolomkering, zodat ze elkaars positie leren begrijpen.” Saskia van Rij, Madi Doras: “Het is heel belangrijk dat uitvoerders elkaar kennen. Dat maakt communiceren veel makkelijker. Doras organiseert wel eens een werkbezoek waarbij alle incassomedewerkers langs komen. Dan merk je hoe ver de belevingswereld van de medewerkers uit elkaar ligt. Een incassomedewerker ziet een huurschuld als een post op zijn of haar caseload: op alle woningen die zo’n medewerker beheert mag niet meer dan een bepaald bedrag aan huurachterstand rusten. Als hulpverleners zien we een schuld als een probleemsituatie voor een huishouden. Het is goed elkaars benadering te leren begrijpen.” 

Praktische samenwerking: in de dagelijkse samenwerking betaalt dit zich uit. Ida Lodder, Ymere: “als incassomedewerker is een casus een papieren werkelijkheid. Een goede communicatie met de Madi die op huisbezoek gaat kan daar meer context in aanbrengen. En wanneer de lijnen met de hulpverlener kort zijn, begrijp je soms ook beter waardoor het niet gelukt is om iemand te bereiken. Als een hulpverlener direct even belt om de situatie uit te leggen als er een betalingsregeling nodig is, heeft dat voor ons veel meerwaarde.”

Tip: beleg eens een gezamenlijk spreekuur van corporaties en maatschappelijk dienstverleners. Dan is er vanzelf al regelmatig contact. Bij corporaties is het ook praktisch wanneer incassomedewerkers verantwoordelijk zijn voor een vast gebied. Daardoor is er altijd 1 medewerker, of een klein groepje, die steeds contact heeft met 1 Madi. Dat is een voorwaarde om een goede communicatie te kunnen opbouwen.  

4. Pleitbezorgers

Pleitbezorgers: bij de start van Vroeg Eropaf kende het project op alle niveaus pleitbezorgers: iemand die het project oppakt en niet meer loslaat. Jeroen Rous, AFWC: “daarin speelt Jan Siebols natuurlijk een grote rol. Maar ook Doras, die het project vanuit de Madi’s steeds oppakt en aanjaagt, en de Madi’s activeert. En binnen de corporaties zijn er ook een paar ankers die positief zijn. Als er in een overleg iemand is die een gidsrol wil vervullen en zegt: ik ga het proberen, helpt dat enorm.”

Tip: Jeroen Rous, AFWC: “vind mensen die het aandurven, die geloven in de aanpak. En geef hen een rol in het uitwerken, maak ze pleitbezorger.”

Tip: Jan Siebols heeft in de voorbereidingsfase van het project veel geïnvesteerd in contact met alle partijen. Hij was in staat met alle partijen te onderhandelen op het niveau van besluitvorming. Siebols heeft daarnaast zowel affiniteit met crediteuren als met de dienstverleners. Dat is in een project als Vroeg Eropaf een duidelijke meerwaarde. Deze voorbereidingsronde geeft ook gevoel wie de pleitbezorgers van de aanpak kunnen zijn.

5. Gezamenlijkheid

Gezamenlijke verantwoordelijkheid: Jeroen Rous, AFWC: “het besef dat het voorkomen van huisuitzettingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van corporaties is, is belangrijk geweest. Een klant die door de ene corporatie wordt ontruimd, komt weer bij een andere corporatie terecht. Samenwerken aan het voorkomen van ontruimingen heeft dus een voordeel voor de corporaties samen.”

Tip: wanneer er meerdere corporaties zijn: benadruk de gezamenlijkheid. Jouw klant = mijn klant. 

6. Politiek draagvlak

Politiek draagvlak: in Amsterdam hebben verschillende wethouders hun waardering voor de aanpak uitgesproken. De ondertekening van het eerste convenant vond ook plaats in de ambtswoning van de burgemeester, een plek met politiek statuur. Jeroen Rous, AFWC: “de politieke steun heeft het project zeker geholpen. Na de pilot was er een moment waarop de corporaties twijfelden of ze het project wel moesten doorzetten. Dat het politiek gewenst was om het project te continueren heeft toen zeker bijgedragen aan de positieve beslissing.”

7. Kwaliteitseisen

Kwaliteitseisen. Het instellen van nadere eisen aan de definitie van ‘geslaagd contact’ is voor het project een belangrijk moment geweest. Ida Lodder, woningcorporatie Ymere: “we zagen de meerwaarde van de aanpak toen nog niet zo duidelijk.” Het is belangrijk geweest dat de aarzeling van de corporaties serieus is genomen, door te inventariseren wat de pijnpunten voor corporaties waren. Dat leidde tot het aanscherpen van de definitie. 

8. Benchmarken

Vergelijken: gemiddeld halen Madi’s ca. 70% ‘geslaagd contact’ bij corporatie-meldingen en 50% bij massa-meldingen. De onderlinge resultaten van de maatschappelijk dienstverleners worden door de projectleider regelmatig met elkaar vergeleken. Jan Siebols: “het helpt om dan in gesprek te gaan met de Madi’s, en te vragen waarom het bereik bij hen achterblijft, wat daar verklaringen voor zijn.” 

Saskia van Rij, Doras: “er zijn veel partijen betrokken bij de uitvoering. Het is belangrijk strak te sturen op kwaliteit. Dat gebeurt nu gelukkig erg goed. Als er te grote kwaliteitsverschillen komen tussen uitvoerders kan dat het vertrouwen van de crediteuren ondermijnen. Als corporaties minder vertrouwen op de kwaliteit van de uitvoering gaan ze misschien minder melden. Daar hebben ook de goede dienstverleners dan last van. En het is sociaal ook onwenselijk wanneer je in het ene deel van de stad beter wordt geholpen dan in het andere.”

Tip: betrek meerdere uitvoerders, zodat de kwaliteit onderling vergeleken en gecontroleerd kan worden. 

9. Heropaf

Nazorg: na een half jaar nemen de maatschappelijk dienstverleners nogmaal contact op met de huurder, onder andere om te inventariseren of de situatie financieel is gestabiliseerd en of betalingsregelingen goed nagekomen worden. Tijdens Heropaf vragen zij ook of er nog aanvullende ondersteuning nodig is. Zo kan recidive deels worden voorkomen.

10. Bemensing

Projectleider: voor Vroeg Eropaf is het erg belangrijk geweest dat er een projectleider is die a) een significante hoeveelheid tijd tot zijn beschikking heeft: 3 dagen per week. Jan Siebols: “2 dagen per week is zeker wel het minimum om het project op deze schaal goed te kunnen begeleiden.”

Saskia van Rij, Doras: “in de persoon van Jan Siebols heeft Vroeg Eropaf een sterke trekker. Hij is een verbindende factor die goed met alle partijen kan communiceren. Een projectleider die stevig op kan treden, maar ook de wethouder warm kan houden, die de Madi’s kan betrekken en activeren maar die ook de corporaties over de streep kan trekken. Dat is, zeker in de eerste jaren, voor Vroeg Eropaf  heel erg belangrijk geweest.” 

11. Massa

Massa: enig volume aan meldingen is belangrijk om het project goed onder de aandacht te houden. Saskia van Rij, Doras: “een vergelijking met heel Amsterdam is daarbij niet noodzakelijk. Amsterdam Noord heeft bijvoorbeeld als stadsdeel 90.000 inwoners. Ik verwacht dat Vroeg Eropaf ook op die  schaal goed werkt.”

Tip: kleinere gemeenten kunnen overwegen een project als Vroeg Eropaf regionaal op te zetten. Een andere optie kan zijn om direct zowel meldingen van coporaties, verzekeraars als van energiebedrijven te verwerken. Gemeenten hebben tussen 1 oktober en 1 april sowieso de beschikking over gegevens van betalingsachterstanden bij energieleveranciers. Dat kan een goed startpunt zijn. 

RESULTAAT

VAN INTERVENTIE NAAR RESULTAAT

Jeroen Rous, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

“Vroeg Eropaf heeft zeker meerwaarde. Maar ik zou niet durven zeggen: pas de aanpak toe en het levert je gegarandeerd deze besparingen op. Want tussen de interventie en de opbrengst zitten veel stappen. De rationale is dat na een bezoek van een Madi een huishouden hulpverlening krijgt. Het onderliggende probleem wordt idealiter opgelost, mensen gaan hun financiën ordenen, krijgen een betalingsregeling. Maar het is evengoed mogelijk dat het onderliggend probleem niet kan worden weggenomen, of dat de betalingsregeling niet haalbaar blijkt – dan volgt er toch een juridisch traject, misschien een ontruiming. We weten nog onvoldoende over wat er precies gebeurt tussen interventie en resultaat.”

KOSTEN EN BATEN

Panteia heeft een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd waarin de inzet van de samenwerkingspartners is afgezet tegen de directe en maatschappelijke baten. Let op: de hier genoemde baten zijn exclusief de baten voor de massa-meldingen, terwijl deze wel in de kosten zijn meegenomen. Deze analyse resulteert in de berekening van het rendement van de aanpak:

 

Maatschappij

Gemeente Amsterdam

Overige gemeenten

Gemiddelde gemeente met ca. 100.000 inwoners

Kosten €2.478.057,- €1.839.960,- €2.478.057,- €262.520,- 
Baten €6.108.281,- €4.082.878,-  €4.082.878,-  Maatschappelijke baten: €645.799,- Directe baten voor de gemeente: €433.158,- 
Verhouding kosten en baten 1:2,46  1:2,22  1:1,65  Maatschappelijk: 1:2,46. Direct: 1:1,65 

Download hier de volledige casebeschrijving van Vroeg Eropaf, inclusief de Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse

RESULTATEN

2953

CORPORATIE-MELDINGEN

In 2013 meldden de corporaties gezamenlijk 2953 huishoudens met een betalingsachterstand van 2 maanden of meer.

7602

MASSA-MELDINGEN

In 2013 meldden de overige crediteuren gezamenlijk 7602 huishoudens met een betalingsachterstand van 2 maanden of meer.

10555

MELDINGEN

In totaal ging het in 2013 dus om 10.555 meldingen.

Bij de 2.953 meldingen vanuit woningcorporaties wisten de maatschappelijk dienstverleners  een ‘geslaagd bereik’ te realiseren van ca. 70%. Van de 7.602 meldingen via overige crediteuren zijn nog eens 52% van de meldingen ‘geslaagd’. In totaal betekent dit dat Vroeg Eropaf in 2013 een geslaagd contact heeft gelegd met ruim 5.900 huishoudens. Vroeg Eropaf heeft dan ook grote toegevoegde waarde voor alle betrokken samenwerkingspartijen.

GEMEENTE

Veel van deze 5.900 huishoudens waren nog niet bij de gemeente in beeld:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

69% HUISHOUDENS BEREIKT

In 2010 bleek uit onderzoek dat 69% van de bereikte huishoudens nog niet bij de gemeente in beeld was.

MAATSCHAPPELIJK DIENSTVERLENERS

39%

DOORSTROOM

39% van de bereikte huurders stroomt door naar andere hulpverlening

Gebruik van hulpverlening

De bereikte huurders maken gebruik van de volgende hulpverleningsproducten:

  • 39% budgetspreekuur
  • 22% reparatie-voorwaarden
  • 26% intake-gesprek
  • 21% overige ondersteunende begeleiding
  • 13% crisishulpverlening
  • 13% budgetbegeleiding
  • 11% aanvraag schuldregeling Kredietbank
  • 1% toeleiding WSNP

Saskia van Rij, Maatschappelijk Dienstverlener Doras

“Veel klanten die via Vroeg Eropaf binnenkomen hebben vervolghulp nodig. Het zijn klanten die anders pas in een latere fase bij ons als Madi in beeld zouden komen. Door Vroeg Eropaf kunnen we vaker preventief werken, in plaats van te moeten inspelen op crisissituaties – wat kostbaarder is.”

MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE: DALING ONTRUIMINGEN 2005-2013

Tussen 2009 en 2012 steeg het landelijk aantal ontruimingen met ca. 15%. In de gemeente Amsterdam is deze stijging niet terug te zien. Sterker nog, sinds 2009 daalt het aantal ontruimingen in Amsterdam jaarlijks. Dat is duidelijk te zien in de volgende figuur.

  • Ontruimingen

*Het betreft alle ontruimingen, ongeacht de reden.

In 2008 (het jaar dat de stadsbrede uitrol van Vroeg Eropaf werd voorbereid) bedroeg het aantal ontruimingen nog 1.128. In 2013 was dit aantal met 800 ontruimingen beduidend lager (-328 ontruimingen). Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse die is uitgevoerd blijkt dat ca. 31% van deze daling (direct) is toe te rekenen aan de interventie van Vroeg Eropaf. Dit heeft een sterk positief maatschappelijk effect.

CONTACT

amsterdam logo dwi


DWI
Dienst Werk en Inkomen
Jan Siebols, projectleider Vroeg Eropaf
jan.siebols@dwi.amsterdam.nl

amsterdam logo afwc


AFWC
Amsterdamse Federatie van Woningbouwcorporaties
Jeroen Rous
Delflandlaan 4bg
1062 EB Amsterdam
Tel: 020 346 0360
info@afwc.nl

Logo Panteia


Panteia
Martine van Ommeren
Lennart de Ruig
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
Tel: 079-3222000
info@panteia.nl